Veranderingen

VERANDERINGEN

Inleiding

Toen de tweede wereldoorlog over Nederland woedde had ons land ongeveer zeven miljoen inwoners. De uitbarsting van welvaart, de technische ontwikkelingen en de mogelijkheden om steeds makkelijker van de ene plaats naar de andere te reizen, hebben gemaakt dat de bevolking in de tweede helft van de vorige eeuw ruim is verdubbeld. De gevolgen van deze veranderingen zijn immens: de leeftijdsopbouw is uit balans, steden breiden zich uit ten koste van het landelijk groen, het verkeer is van een enkele rustig rijdende auto uitgegroeid tot verstopte snelwegen. Naast alle vooral economische voordelen treden er ook een aantal situaties op die als negatief worden ervaren: het gevoel dat Nederland (te) vol is, vrijwel alle plekken waar het echt helemaal stil of donker is zijn verdwenen en er hangen donkere wolken boven de oudedagsvoorziening van al die mensen die de komende jaren van hun welverdiend pensioen gaan genieten.

Veranderingen zijn een verschijnsel dat overal en voortdurend optreedt, maar waarmee wij over het algemeen moeilijk om kunnen gaan. Dat leidt tot allerlei spanningen, zowel op individueel niveau, als ook, en wellicht nog meer, wanneer mensen in groepen veranderingen tegen komen. Dit wordt nog eens versterkt door het gevoel dat het leven steeds hectischer wordt, dat er steeds meer ‘moet’, en dat alles steeds sneller gaat.
Het wrange van dit alles is, dat naarmate het leven inderdaad hectischer wordt, de noodzaak om met veranderingen goed om te gaan alleen maar sterker wordt.

Reacties op veranderingen
De menselijke reactie is over het algemeen er op gericht om veranderingen tegen te houden, en dat wel op een aantal “niveaus”.
Het eerste niveau is dat veranderingen daadwerkelijk, en soms letterlijk, worden bevochten. Actiegroepen die zich te weer stellen tegen de bouw van een kantorencomplex, ouders die ander gedrag van de kinderen niet accepteren, vakbonden die zich verzetten tegen veranderingen in productieprocessen, enzovoort.

Een ander niveau is wanneer een meer lijdelijk verzet wordt gepleegd. Werknemers die nieuwe werkmethoden niet willen volgen, weigeren te werken met computers, is daarvan een voorbeeld. Zijn de feitelijke protesten tegen veranderingen van relatief korte duur, het lijdelijk verzet is veel hardnekkiger. Het zit bij de groep en bij de individuen tussen de oren, en is daarom moeilijker te begrijpen en complexer om mee om te gaan.

Het derde niveau is dat waar veranderingen domweg ontkend worden. Er zijn veranderingen die zodanig bedreigend zijn en die zo moeilijk te overzien zijn, dat de menselijke geest het maar liever niet wil weten. Directeuren van organisaties met schier onoverkomelijke problemen doen het af als een tijdelijk probleempje in de markt. Ook reacties op klimaatveranderingen geven dat beeld: als er al gesignaleerd wordt dat het de laatste decennia relatief wel erg warm is dan wordt dat afgedaan als eenmalig toeval, wat voor beeld statistieken en grafieken ook geven.

Hierboven heb ik geschreven dat de menselijke natuur over het algemeen probeert om veranderingen tegen te houden. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk ook velen zijn die veranderingen positief ervaren, als een uitdaging om weer eens iets anders te doen en andere prestaties te scoren. En dan zijn er veel, heel veel mensen die veranderingen min of meer gelaten over zich heen laten komen. Zij behoren eigenlijk in de categorie van ontkenners, maar hobbelen achter de anderen aan in hun verzet of hun zoeken naar andere wegen.
En, eerlijk is eerlijk, dergelijke verschillende benaderingen maken ook dat de uiteindelijke kansen op afgewogen oplossingen het beste zijn.

Niettemin, de gevolgen van verzet tegen veranderingen kunnen zonder meer schokkend zijn. Gaat het op het eerste niveau om bijna fysieke tegenstand met allerlei negatieve effecten, op het tweede en derde niveau zit de weerstand zo stevig tussen de oren van individuen dat zij tussen die zelfde oren behoorlijke schade en zelfs verwoestingen aan kan richten.
De wao zit vol lieden die gestressed zijn of een burn-out hebben. Over eenvoudige depressies en de ouderwetse overspannenheid wordt zelfs weinig meer gesproken. “Hij kon de verantwoordelijkheden van zijn functie niet aan” luidt regelmatig de diagnose van de oorzaken. Maar wat is ‘verantwoordelijk’ anders dan richting geven in veranderende omstandigheden?

Omgaan met veranderingen en het overwinnen van de weerstanden zijn, zoals uit bovenstaande wel duidelijk is, geen rationele processen die met logische argumenten en redeneringen uit de weg kunnen worden geruimd.
Het gaat om emotionele problemen en percepties waarmee de menselijke geest moeilijk overweg kan.

Dat neemt niet weg dat de analyse en het op een rijtje zetten van de omstandigheden en mogelijkheden best op een logische, rationele manier kan plaatsvinden. Ook hier is het zoeken naarwijsheid het zoeken naar een zuivere afweging van alle factoren en hun verhoudingen die een situatie kunnen beïnvloeden.

Maar wanneer we in een bepaalde situatie voor ons zelf hebben uitgemaakt wat wijsheid is, dan zijn we er nog niet. Want een idee is nog niets tot je er iets mee doet. En ‘doen’ betekent hier het veranderen en sturen van percepties, hetgeen over het algemeen aanzienlijk minder recht toe recht aan is dan het nemen van logische, rationele maatregelen.

Tot nu toe ben ik er steeds van uit gegaan dat veranderingen ook daadwerkelijk plaats vinden, dat ze niet tegen te houden zijn. Daarvan ben ik ook overtuigd. Alles beweegt en blijft bewegen. In organisaties komen andere mensen met andere ideeën, de maatschappij verandert, technieken veranderen. Dat is goed en dat kun je niet niet tegenhouden of veranderen.

Wat zijn veranderingen?
We hebben het tot nu toe wel voortdurend gehad over ‘veranderen’, maar nog niet over wat veranderen eigenlijk is. En omdat zo veel symptomen kunnen worden toegeschreven aan het kapstokverschijnsel ‘veranderen’ blijft het filosoferen in de ruimte wanneer we niet een nauwkeuriger, werkbaarder analyse van het begrip ‘veranderen’ geven. Naar mijn idee zijn het de volgende elementen die ‘veranderen’ voor velen zo ingrijpend maken.

Allereerst is daar het gevoel dat je kwijtraakt wat zo vertrouwd is. “Het is mijn club niet meer, ik voel mij hier niet meer thuis” Na het verdwijnen van de communistische regimes uit Oost Europa raakten velen in een soort vacuüm, met als gevolg dat ze weer naar de oude dictatuur verlangden, hoe erg ze die ook gevonden hadden. Het Engelse gezegde luidt: “Beter de duivel die je kent dan de duivel die je niet kent”. Misschien is het ook een soort geestelijke gemakzucht: bij het oude vertrouwde kun je functioneren op de automatische piloot, het is allemaal routine waarbij je geen geestelijke inspanningen hoeft te leveren om er mee om te gaan. Aan de andere kant bieden veranderingen ook de nodige kansen en mogelijkheden voor iemand die er constructief en flexibel op kan reageren.

Sterker nog dan de angst om het vertrouwde kwijt te raken is de onzekerheid over wat je er voor terug krijgt. Wat komt er in de plaats van datgene wat is kwijtgeraakt? Het doen van voorspellingen over dat wat komen gaat is een hoogst riskante aangelegenheid, omdat het een hoge mate van geestelijke flexibiliteit vergt (veel creatiever nog dan wat hier boven werd aangegeven). Bovendien zijn de technieken waarmee voorspellingen kunnen worden onderbouwd uitermate beperkt: ze zijn immers uitsluitend gebaseerd op ontwikkelingen uit het verleden, waarbij per definitie de nieuwe ontwikkelingen niet het gewicht kunnen krijgen dat ze toe gaat komen.

Heel apart hierbij is ook de factor ‘tijd’ en daarmee samenhangend ‘snelheid’. Het kwijtraken van het vertrouwde gaat heel snel, maar voordat je bent gewend aan andere omstandigheden…….. Overigens geldt ook hier dat de negatieve teneur veelal de meeste aandacht krijgt, maar dat de positieve tegenhanger zeker niet vergeten mag worden.
Het vertrouwde verdwijnt, nieuwe dingen komen, maar wat ook verandert is de samenhang. Wat eerst belangrijk was, telt nu niet meer mee.

Hoe gaan mensen om met veranderingen?
Het meest essentiële van veranderingen is echter niet het kwijtraken van het oude vertrouwde, de onzekerheid over wat komen gaat of de veranderende relaties. Het meest belangrijke van veranderingen is de wijze waarop mensen er mee om gaan. Hier boven is al aangehaald dat het niet zozeer gaat om rationele feitelijkheden, maar om percepties, om de manier waarop mensen het ervaren. “Waarom wil ik iets niet kwijtraken?”, “Waarom ben ik bang voor het onbekende dat komen gaat?”, “Waarom zijn de relaties anders geworden?”
“Waarom…”
Meermalen is al aangegeven dat veranderingen bedreigingen kunnen inhouden, maar gelijktijdig ook mogelijkheden. Het verschil tussen bedreigingen en kansen is de manier waarop wij er mee om gaan.
Daarbij moeten we in de eerste plaats beseffen dat we niet op afstand er naar staan te kijken, maar dat we zelf midden in het veranderingsproces zitten, we zijn er zelf onderdeel van. De persoonlijke instelling is derhalve van doorslaggevend belang bij het omgaan met veranderingen.
Een paar bijzondere elementen zijn in dit verband bepalend voor die persoonlijke instelling.

Zo moet je veranderingen ook kunnen zien. Dat vergt dat je er voor open staat en een zekere mate van flexibiliteit van geest hebt. Sommigen hebben dat van nature meer dan anderen, maar er bewust, positief aan werken is nodig. En de menselijke geest schijnt zich daarnaast vaak te beschermen tegen (al te) bedreigende zaken door ze simpelweg te ontkennen. Hier boven heb ik het al aangehaald.

In veel gevallen reageren mensen primair. We wachten niet even om na te denken alvorens te reageren, maar we geven eerst een emotionele opinie zonder rationeel, logisch te overwegen wat nu eigelijk wijsheid is.
In deze gedachtegang is het ook normaal dat veranderingen worden gezien als een kwalijke ontwikkeling, door een ander, die moet worden tegengehouden.

Nog complexer wordt het als we beseffen dat niet alleen het vertrouwde verdwijnt, er onzekere nieuwe dingen voor in de plaats komen, de verhoudingen veranderen en wij zelf er op een bepaalde manier tegenover staan, maar dat wij zelf nog veranderen ook. Wat we in onze jonge jaren mooi vonden, waar we graag aan mee deden, dat keuren we af wanneer we een gevorderde leeftijd hebben bereikt. Komt nog bij dat we, naar mate de jaren vorderen, steeds moeilijker en langzamer met veranderende omstandigheden om gaan.

Samenvatting
Kort samengevat zie ik veranderingen als niet tegen te houden ontwikkelingen. Misschien zo hier en daar iets bij te sturen, maar niet tegen te houden.
Pogen om veranderingen tegen te houden door anderen te vertellen wat zij wel of niet mogen doen, hebben naar mijn overtuiging geen of slechts averechtse effecten.
Het omgaan met veranderingen speelt zich volledig in het menselijk brein af: wat verdwijnt, wat komt nieuw, hoe moeten we daar mee om gaan en, het belangrijkste, waarom reageren mensen zoals ze reageren.
Als logisch uitvloeisel hiervan geeft absoluut verzet tegen veranderingen alleen frustraties tot resultaat. Veranderingen in goede banen leiden, de negatieve effecten tot een minimum terugbrengen en de positieve kanten benutten, kan alleen wanneer er constructief mee wordt omgegaan.